Recensies

Recensies

Anton Brand schreef Liefdeknopen. Bericht van mijn ouders aan de hand van de fotoalbums van zijn jeugd, minutieus bijgehouden door zijn moeder. Het werd een verhaal over een gezin door de jaren vijftig, zestig, zeventig heen. Geen wereldschokkende gebeurtenissen maar een portret van een generatie die het hart niet op de tong droeg en de misverstanden die daaruit voortvloeiden.

VPRO, Nieuwsbrief Boeken, 20 februari 2009

Beide ouders worden liefdevol geportretteerd als individu en als paar. Wie rooms-katholiek is, wie in de jaren '50 en '60 geboren en getogen is, wie Zwolle goed kent, zal in Liefdeknopen veel herkenbaars en tegelijk veel nieuws tegenkomen. Leesadvies: zeer positief.

Ger Euwals, De A-krant, december 2008

De fraaie uitzending van Eigenheimers was zéér herkenbaar voor iemand, die - zoals ik - zijn jeugd in Assendorp heeft beleefd! Maar ook voor wie niet in Assendorp of Zwolle woonde, is Liefdeknopen een aanrader. De familiegeschiedenis van Anton Brand brengt de lezer als vanzelf ertoe over diens eigen "familiegeschiedenis" na te denken.

Wim Hilberdink, 6 december 2008

Voor veel Zwollenaren moet het een feest van herkenning zijn, het boek Liefdeknopen. Bericht van mijn ouders van Anton Brand. Het boek is een liefdevol "literair monument" voor zijn vader en moeder. Maar het biedt ook een mooi inkijkje in het leven van een rooms-katholiek middenklasse gezin in het Zwolle van de tweede helft van de vorige eeuw.

De Peperbus, Zwolle, 10 november 2008

Liefdeknopen biedt veel herkenning. Brand weet dat soms met een enkel woord op te roepen. 'Het strandje bij Elburg' en meteen herinner je je weer hoe je heel jong daar ging zwemmen. Het hele boek zit vol met dit soort madeleines.

Coen Peppelenbos op coenpeppelenbos.blogspot.com, 2 november 2008

Liefdeknopen. Bericht van mijn ouders is een voortreffelijk geschreven, afgewogen en zorgvuldig boek. Opgesteld met oog voor ontroering en detail en een bewonderenswaardig kritische afstand tot de twee hoofdpersonen waar Brand onmiskenbaar veel van houdt.

Joep van Ruiten in Dagblad van het Noorden, 31 oktober 2008

Liefdeknopen is interessant, liefdevol geschreven en hier en daar ontroerend.

Professor dr J.E. Ellemers, 29 oktober 2008

Elk woord, elke zin is weloverwogen neergezet.

Herman Sandman in Groninger Gezinsbode, 29 oktober 2008

Een ontroerend 'document humain'. Zeker voor wie zelf uit Roomsche kringen komt en net zijn ouders verloren heeft, zal er veel herkenbaars in zitten. Een knappe prestatie!

Han Borg, 27 oktober 2008

Liefdeknopen is intiem en verstild.

Kester Freriks, 26 oktober 2008

Liefdeknopen is een boek dat een zeldzaam genre vertegenwoordigt en binnen dat genre zeldzaam goed is. U mag het niet ongelezen laten.

Douwe Draaisma, 26 oktober 2008


dé Weekkrant, De Peperbus:

Plaatje


Joep van Ruiten in Dagblad van het Noorden:

Joep van Ruiten in Dagblad van het Noorden


Herman Sandman in Groninger Gezinsbode:

20081029 Herman Sandman (Groninger Gezinsbode)


Toespraak Douwe Draaisma

bij de presentatie van Liefdeknopen

 

Als motto voor Liefdeknopen koos Anton Brand twee zinnen uit het werk van Klaus Mann. Die luiden, vertaald: 'Zich herinneren is altijd van nut, men kan er niet jong genoeg mee beginnen. Terwijl men probeert te begrijpen wat voorbij is, zou men zelfs nog wat over de verhulde toekomst kunnen leren.'

Het is een citaat uit 1932, maar zou vandaag geschreven kunnen zijn. Het bevat namelijk precies de kern van wat volgens de huidige evolutionaire psychologie het nut of de functie is van het geheugen: je voorbereiden op de toekomst. Dat het daarvoor nodig is delen van het verleden te bewaren is in zekere zin bijkomend: hoezeer we herinneringen ook associëren met wat voorbij is, dat we een geheugen hebben is ter wille van onze toekomst. We archiveren onze lotgevallen uitsluitend omdat we nog een tijdje verder moeten.

Maar evolutionair psychologen hebben nog iets anders te zeggen over ons geheugen. Ons geheugen is er helemaal niet op gebouwd om veertig, vijftig, zestig jaar lang mee te gaan - inderdaad, precies wat u al begon te vermoeden. Wij, zoals we hier staan, behoren in overweldigende meerderheid tot wat biologen nogal kil een 'post-reproductief cohort' noemen. In evolutionaire zin hebben we gedaan wat we moesten doen - of misschien ook niet, maar hoe dan ook, onze nuttige tijd is voorbij. En dat is al een tijdje zo.

U moet voor uzelf maar uitrekenen hoe lang al, maar als we de rijping van het brein als maatstreep nemen, ligt het biologisch optimum van ons bestaan ergens tussen de achttien en twintig jaar, dan hebben we het waarnemingsvermogen, het oriëntatievermogen, het geheugen, het opnemingsvermogen dat ons helpt bij het jagen, voortplanten, verzorgen en opvoeden. Daarna zet een verval in dat aanvankelijk nauwelijks is op te merken en door de ontwikkeling van compenserende mechanismen het dagelijks leven ook niet hindert, maar feit blijft, vervolgt de evolutiebioloog, dat vijftig worden, zestig, zeventig, een ernstig geval van tijdrekken is. Wij zijn het bezoek waar u zelf zo'n hekel aan hebt, we zijn plakkers.

En daarvan ondervinden we de consequenties. De sleet raakt op het geheugen. We merken het aan kleine dingen. We kunnen steeds vaker niet op een woord komen, ook als we zeker weten dat we het woord wel weten. Thuis op de bank doen we gezellig mee met Twee voor twaalf en we weten bijna alles, we kunnen alleen nergens opkomen. Of we komen een bekende tegen en het lukt ons niet om op een nog als beleefd ervaren termijn op zijn naam te komen. Op de plaats van 'hallo' in 'Hé.. hallo, hoe is het met jou?', stond vroeger een naam. Hoe ouder we worden, hoe meer dat geheugen van ons verandert in een antiquiteit, een oldtimer die ooit de trots van zijn bezitter was, die uitstekend paste in het rustieke wegenplan van veertig, vijftig jaar geleden, maar in de huidige infrastructuur een gevaar op de weg is. Ons geheugen heeft een treeplank, een rieten mand achterop en geeft nog richting aan met een clignoteur. Als u weet wat een clignoteur is dan heb ik het over u.

Een van de consequenties van deze evolutionaire anomalie is een effect dat in de geheugenpsychologie bekend staat als het reminiscentie-effect en dat pas de laatste vijftien, twintig jaar experimenteel onderzocht is. Het reminiscentie-effect betekent dat naarmate mensen ouder worden de herinneringen uit die biologische toptijd een steeds grotere proportie van onze totale herinneringen beginnen te vormen. Het is al meetbaar bij midden-vijftigers en als het een keer is begonnen wordt het steeds sterker. Het lijkt, terugblikkend, of de periode tussen ruwweg vijftien en vijfentwintig in het geheugen begint uit te zetten, ten koste van de herinneringen aan wat je als dertiger, veertiger of vijftiger beleefde. Over dat verschijnsel zouden hele verhalen te vertellen zijn, maar daarvoor is het hier niet de plaats. Ik wil wijzen op een van de gunstige effecten van al die reminiscenties.

Autobiografieën zijn als regel geschreven door auteurs op leeftijd. We zijn geneigd dat op te vatten als volkomen logisch: om je leven te beschrijven moet er een flink deel van voorbij zijn. Maar meer en meer komen er aanwijzingen dat bij de ontwikkeling van het voornemen om een autobiografie te schrijven het reminiscentie-effect een aandeel heeft. De terugkeer van die vroege herinneringen, die aanvankelijk helemaal niet opgezocht zijn, maar zich plotseling aandienen, dwingt de blik als het ware achterwaarts. Ik stel het me zo voor: de eerste paar keer dat zo'n ongevraagde herinnering je op de schouder tikt kijk je nog even vluchtig achterom en loopt door. Maar het gebeurt steeds vaker en tenslotte besluit je om je maar eens helemaal om te draaien om eens goed te kijken naar wat daar uit het verleden allemaal op je af komt. En pas zo, met je rug naar de toekomst, ben je gereed, gedwongen bijna, om over je leven na te denken.

Het doet zich natuurlijk niet alleen bij het schrijven van autobiografieën voor. Iedere archivaris kan je vertellen dat de prototypische bezoeker voor genealogisch onderzoek een late vijftiger, beginnende zestiger is, die, profiterend van VUT-regelingen, meer wil weten van zijn voorouders, die de behoefte voelt opkomen zijn eigen leven en dat van zijn gezin op te spannen in een langere lijn van grootouders en overgrootouders en probeert zich een beeld van hun leven te vormen.

Met dit soort projecten, of het nu autobiografisch of genealogisch is, kun je te laat beginnen. Berucht is het voornemen van Lady Strachey, de moeder van Lytton Strachey, die op haar vijfentachtigste begon aan haar autobiografie. Ze kocht een mooi cahier, zette op de eerste pagina in een verzorgd ouwedameshandschrift: Reflections on a long life - en was na vijftien kantjes uitgeschreven. Je kunt ook te vroeg beginnen, zoals het geval lijkt bij de autobiografie van David Beckham. Maar je kunt ook precies op tijd beginnen.

Douwe Draaisma (foto Henk Veenstra)

Dames en heren, we zijn, in het bedaarde tempo van een oldtimer, aangekomen bij Anton. Hij begon op zijn vijftigste aan het boek dat vandaag wordt gepresenteerd. Dat is de juiste leeftijd. Voor het soort boek dat Liefdeknopen is - tegelijk een gezins- en familiegeschiedenis - moesten getuigen nog in leven zijn, documenten nog geduid kunnen worden, brieven uitgelegd, maar vooral: de impuls, het motief, de wil moest er zijn. Ik heb Anton nooit gevraagd wat er eerder was: het voornemen dit boek te schrijven en als gevolg daarvan de opkomende herinneringen, of omgekeerd: de herinneringen die zich aandienden en als gevolg daarvan het langzaam rijpende plan ze te ordenen in een boek.

Maar wat ook de chronologie: wat hebben wij er een mooi boek aan te danken. Het is intiem, zonder de lezer buiten te sluiten. Het geeft een reconstructie van mensen niet alleen, het roept ook een tijd, een geloof en een maatschappelijke klasse op. Het laat voelen wat het betekent om te trouwen in de jaren dertig, een gezin te stichten in de jaren vijftig, op leeftijd te raken in de jaren negentig. Zoals ik het heb gelezen is Liefdeknopen om twee redenen een bijzonder boek. De eerste is nogal paradoxaal: het is een bijzonder boek omdat het over gewone mensen gaat. Zulke boeken zijn zeldzaam. Bijna altijd gaan familiegeschiedenissen over bijzondere families: uit de adel, politiek, kunst, wetenschap, handel, industrie. Er wordt wel veel familiegeschiedenis geschreven over gewone mensen, maar dat blijft vrijwel altijd weer binnen de familie. Het is Anton gelukt over een gewone familie zo bijzonder te schrijven dat wij het ook willen lezen. Want dat is natuurlijk de lakmoesproef en de tweede reden waarom dit een bijzonder boek is: waarom zou je over Benny en Ria Brand willen lezen als het niet je eigen ouders zijn? Het antwoord luidt: omdat hun zoon kan schrijven. Anton heeft met de vaardigheid van de romanschrijver die hij ook is leven in hun karakters geblazen en ik kan getuigen dat je aan het eind van het boek het gevoel hebt hen werkelijk ontmoet te hebben en nu te weten dat Anton, om maar eens wat te noemen, het meest van zijn moeder wegheeft.

In combinatie hebben die twee redenen een boek opgeleverd dat een zeldzaam genre vertegenwoordigt en binnen dat genre zeldzaam goed is. U mag het niet ongelezen laten.

 

Anton Brand, Liefdeknopen. Bericht van mijn ouders, Groningen 2008.