Weblog

Weblog

Zondag 14 juni 2009

Om een lang verhaal kort te maken en pas dan in het kort te vertellen hoe ik aan dat verhaal kom: vorige maand heb ik vernomen dat mijn peetoom Gérard de vader is geweest van een zoon, geboren op 27 februari 1959, zonder dat overigens zelf te weten. Deze zoon, net 50 nu, heet Bertil Plambech; hij draagt de achternaam van de man die met zijn moeder - Gérards vriendin - is getrouwd en hem heeft geadopteerd.

Gérard van Baal, circa 1970

Gérard werkte in het najaar van 1957 als kok in een hotel in Uppsala. Hij kreeg daar verkering met een collega, Maj, die ongeveer een halfjaar duurde, tot in het voorjaar van 1958. Toen ze een punt achter hun vriendschap zetten en Maj naar een andere stad verhuisde, bleek ze korte tijd later in verwachting te zijn. Ze trouwde met haar nieuwe vriend, Plambech, die bereid was haar kind te adopteren. Gérard heeft van het bestaan van deze zoon nooit weet gehad. Maj en haar man scheidden in 1968, toen de zoon - Bertil - dus negen was. De informatie die ik uit Zweden kreeg geeft niet of nauwelijks aanleiding om aan de waarachtigheid of oprechtheid van dit verhaal te twijfelen.

Woensdag 20 mei werd ik 's avonds gebeld door Nina Plambech, dochter van Maj, zus van Bertil. Ze bleek al enige tijd doende om in contact te komen met Gérards familie in Nederland, in de hoop een foto van Gérard te bemachtigen om aan Bertil te geven, als cadeau van Maj voor zijn 50e verjaardag. Lang speuren op het internet had haar uiteindelijk gebracht bij een foto die in 1952 door Gérard werd gemaakt - de foto van Ria en Benny op het omslag van Liefdeknopen. Daarna waren mijn adresgegevens snel gevonden. Nina sprak moeizaam Engels, maar zij en ik kregen het voor elkaar e-mailadressen uit te wisselen. Ze zou me nadere informatie sturen om het verhaal te kunnen begrijpen.

De zaterdag daarop kreeg ik per reguliere post haar brief met twee foto's van Bertil: als baby ("about six months old" staat op de achterkant) en als man van - naar schatting - midden dertig. Maandag kwam de brief van Nina's moeder, Maj, waarin ze laat weten dat ze Bertil uiteindelijk heeft verteld wie zijn echte vader is en dat hij haar om een foto heeft gevraagd, om te zien of hij op Gérard lijkt. Ze is 75, "and the past has now reached me".

  

Bertil Plambech, zes maanden oud

Bertil Plambech


Maandag 16 februari 2009

Liefdeknopen voerde me vrijdag naar Amsterdam, voor een gesprek met Wim Brands in zijn Zaterdagbijlage bij De Avonden, voor de VPRO op Radio 6. De opnames vonden plaats in de voormalige bioscoop Desmet aan de Plantage Middenlaan; George en ik logeerden daartegenover, in het uitstekende Hotel Rembrandt. Zaterdagochtend - mooi, behaaglijk zonnig - maakten we eerst een wandeling door de straten rond Artis en namen we een kijkje bij het onder bloemen bedolven Auschwitz-monument van Jan Wolkers in het Wertheim Park, en daarna gingen we om kwart voor elf de studio binnen. Wim zit 's zaterdags al om acht uur in de uitzending; hij was, toen wij aankwamen, met Guus Middag en Hagar Peeters in gesprek over hun bloemlezingen van Hanlo en Vasalis.

VPRO Wim Brands Zaterdagbijlage 20090214

Ik kon aan Wim merken dat hij Liefdeknopen met waardering had gelezen: hij wist precies met welke voorbeelden uit de "kleine geschiedenis" - het leven van alledag - de "grote geschiedenis" het best kan worden geïllustreerd, en hij structureerde het gesprek op een prettige manier door de beeldende kwaliteit van de tekst te benadrukken. Je ziet voor je hoe opa in zijn Vauxhall en mijn vader in zijn Consul Cortina elkaar bij vliegveld Soesterberg toevallig tegemoet rijden: zakenlieden die alle dagen in de auto zaten en toch nooit in de file stonden, want dit waren pas de jaren vijftig... Zo ook kregen Wim en ik het over de seksuele moraal van die tijd: verborgen, ingehouden, je droeg het hart niet op de tong, anders kreeg je bonje met de R.K. Kerk.

Toen ik in 1978 het verhaal Hoe het heet voorlas, uit mijn debuutbundel Het aardse gebeuren, had mijn vader tranen in zijn ogen. Hij figureerde in dat verhaal, en ik meende iets verkeerds gezegds te hebben, over homoseksualiteit en zo. Maar het waren tranen van trots. "Eigenlijk was jij," zei Wim, "op dat moment conservatiever dan je vader..." Je duidt vrees, maar zou blijdschap moeten zien.

Zo is het. Mooi gesprek. Leuke reacties na afloop. Wie het wil beluisteren kan terecht op boeken.vpro.nl:

http://boeken.vpro.nl/themasites/mediaplayer/index.jsp?bw=sb&player=wmp&media=41487826&portalnr=3141869&refernr=41500223&hostname=boeken&portalid=boeken&themechannel=&x=38&y=8&id=vars.jsp%3Fmedia%3D41487826%26portalnr%3D3141869%26refernr%3D41500223%26hostname%3Dboeken%26portalid%3Dboeken#


Zaterdag 7 februari 2009

Om de gekoesterde herinnering. Kort voordat George en ik afgelopen donderdag bij Bernadette van Spiegel en Han Borg in de auto stapten om naar Roden te gaan voor mijn optreden in boekhandel Daan Nijman belde Ingrid de Jonge van het Dagblad van het Noorden om me een paar vragen te stellen over waarom en hoe ik schrijf. Aanleiding was een schrijfwedstrijd die de krant samen met boekhandel selexyz-scholtens organiseert. Ingrids weergave van ons gesprek zag er vanochtend zó uit:

Dagblad van het Noorden 20090207

Mooi, hoe Ingrid dat Va, pensiero niet alleen opvoert als het muzikale motto van Liefdeknopen, maar van alles wat ik geschreven heb: ga, gedachten, op gouden vleugels. En dat uitgerekend op de dag dat Nabucco in de Schouwburg wordt opgevoerd. Natuurlijk ga ik daar vanavond heen.

Han Borg en Anton Brand, boekhandel Daan Nijman 20090205

Han Borg had zich terdege voorbereid op het interview in Roden. Hij had me al een paar keer laten weten, ook op deze site, waarom hij Liefdeknopen mooi vindt - en de vragen die hij stelde, voor een klein maar fijn publiek, sloten daarop aan. Han en ik delen een katholieke jeugd in het Overijssel van de jaren zestig, wanneer zich door het Vaticaans Concilie van Johannes XXIII en Paulus VI grote veranderingen voltrekken, en we hebben allebei intensief beleefd hoe onze ouders ouder werden en zich in dat proces, onvermijdelijk als het is, staande moesten houden. Han ziet in Liefdeknopen zelfs een "handleiding" hoe je als jongere generatie met dat proces kunt omgaan. Ik begrijp wat je bedoelt, heb ik geantwoord, en ik beschouw het als een compliment, maar toch aarzel ik bij dat woord handleiding - want wat leren we ervan, nu we onszelf naar die drempel voortbewegen waarna de jaren gaan tellen?

Na afloop mocht ik weer Liefdeknopen signeren en zelfs een exemplaar van Hoek van Ameland, waarin ook George trefzeker zijn naam schreef, en verblijdden Daan Nijman en Charlotte Pennink hun gasten met een glas rode wijn. Een geslaagd bezoek, een avond onder vrienden.


Zondag 1 februari 2009

Bekenden en onbekenden hebben hun vrije dagen rond kerstmis en de jaarwisseling gebruikt om Liefdeknopen te lezen of te herlezen. Hun reacties zag ik pas toen George en ik afgelopen week weer thuis waren, terug van vakantie in Suriname. Een paar citaten - woorden die ik goed bewaar.

Wim Arts:

Ik wil je graag complimenteren met de liefdevolle wijze waarop je het levensverhaal van je ouders hebt weergegeven. Vooral het portret van je moeder vond ik heel ontroerend. Je moet heel veel van haar hebben gehouden om er zo over te kunnen schrijven.

Arda Derksen:

Ik geniet er iedere bladzijde van. Het is mooi, en zo ontzettend dierbaar!

Caesar Hulstaert:

Aan het begin van de middag Liefdeknopen uitgelezen, waar ik erg van onder de indruk ben. Ik vind het een meeslepende vertelling en een prachtig monument voor je ouders, Anton.

Janna Krol:

Bedankt voor de fijne uurtjes, doorgebracht met jouw boek!

Martijn Lindeboom:

Ik vond het een erg goed boek. Vooral de proloog, het stuk over de Van Baals voor en tijdens de oorlog en het laatste stuk vond ik erg mooi. Het eind zorgde voor een brok in mijn keel. Je taalgebruik is bijzonder mooi en passend. Het ritme van de zinnen en de alinea's maakt dat je er in zit. Al met al vind ik het een prachtig en integer monument, een sterk literair boek en een triomf voor schrijver Anton Brand.

Maartje van der Velde:

Het moet een enorm karwei zijn geweest om al die mensen, feiten en gebeurtenissen in het leven van je grootouders en ouders te verzamelen en er orde in aan te brengen om daarmee te laten zien wie voor hen belangrijk zijn geweest, met welke zaken ze zich hebben beziggehouden, waar ze last van hebben gehad en welke successen ze hebben behaald. Wat mij betreft ben je daar voor honderd procent in geslaagd. Je hebt naar mijn idee een soort pionierswerk verricht. Sociologie op micro-niveau. De wetenschap op de huid van het persoonlijke of omgekeerd. Een bijzondere leeservaring.

Rudy Visser:

Ik heb gezien dat mijn jeugd nog veel meer parallellen 
vertoont met de jouwe dan ik me realiseerde, jij bent nog geen maand ouder dan ik, we hebben de hele kleuterschool en lagere school samen doorlopen van juffrouw Betty tot en met frater Quiberto, de contacten met de paters van de 
Domicanenkerk waaraan mijn ouders de bloemen en de misdienaars leverden, we zijn tegelijk naar het Thomas à Kempis gegaan en later tegelijk naar Groningen, en als verrassende klap op de vuurpijl hebben jouw ouders en mijn vader de laatste jaren van hun leven in de Wiecherlinckstraat gewoond. Behalve een feest van herkenning biedt jouw boek ook een schat aan feiten en 
namen die ik me anders nooit meer herinnerd zou hebben. Los daarvan vond ik het een ontroerende beschrijving van de geschiedenissen van je vader en je moeder, en een herkenbaar relaas over de problemen die het moeizaam ouder worden van de generatie boven ons met zich meebrengt. Ik heb er bijzonder van genoten.

Zita de Vries:

Wat heb ik genoten van Liefdeknopen. We zijn naar de Molenweg geweest en andere plekken in de buurt die in het boek staan vermeld.

Weekkrant Groningen, 13 januari 2009:

Plaatje

Gerhard Woolthuis:

Mooi boek! Veel herkenning, maar toch ook veel nieuws voor mij over de achtergrond van je familie. Zeer liefdevol beschreven.


Woensdag 24 december 2008

De fotoalbums die mijn moeder naliet zijn een belangrijke bron van informatie voor Liefdeknopen geweest. Hieronder een pagina uit het album dat ze voor mij maakte: mijn eerste kerst. Sinds augustus 1953 woonden mijn moeder en ik bij oma Van Baal in Roosendaal; mijn vader woonde bij zijn ouders in Zwolle, maar bracht de kerstdagen natuurlijk bij mijn moeder en mij en bij zijn schoonfamilie door. "Anton vol bewondering voor de mooie kerstboom en kribbe." Schreef mijn moeder brieven, dan maakte ze "hoofdletters als kerktorens en zwierige lussen waar het maar kan" (zie ook het recept van liefdeknopen in de Galerij). Voor bijschriften in de fotoalbums gebruikte ze blokletters.

Kerstmis 1953 te Roosendaal

Toen oma Baal van Roosendaal naar Vught verhuisde, in 1962, ging de kerststal - oftewel de kribbe, zoals mijn moeder schreef - naar mijn tante in Nuenen. "Hij wordt elk jaar tentoongesteld en is nog steeds prachtig!"

Gelukkig kerstfeest iedereen!


Zondag 21 december 2008

In de eerste week van december zond OOG-televisie in de reeks Beno's Stad een rapportage uit over een beroemde Groninger, te weten Koos Kerstholt, voor mij oom Koos. Ik was zo ingenomen met het portret dat ik Beno de bundel Mooi volk! cadeau heb gedaan, Koos' jeugdherinneringen, die in 1992 posthuum werden gepubliceerd. Ik had het boekje dubbel: mijn eigen exemplaar en het exemplaar dat ik ooit aan mijn moeder had gegeven en dat ik na haar dood heb bewaard.

Koos Kerstholt 1901-1975

Toen ik in 1971 in Groningen ging studeren, kwam ik geregeld bij oom Koos en tante Mies over de vloer, in hun appartement aan de Westerhaven en het restaurant aan de Vismarkt. Tante Mies was een zus van mijn oma, Jo van Baal-Westen. Mijn ouders bezochten oom Koos en tante Mies een enkele maal toen ik nog klein was. Ik herinner me een bezoek aan hun buitenhuis De Koekoek op een eilandje in het Paterswoldsemeer, en ik weet nog dat ik eens in de goudvissenvijver ben getuimeld in de tuin achter het huis van hun dochter Mariëtta in Eelderwolde. "Wie niet?" zei Mariëtta tegen me toen we die herinnering onlangs ophaalden.

Vandaag moet ik opnieuw aan oom Koos en tante Mies denken. Want wat wil het geval? Het raadsel van de man op de foto, waarover ik op 8 november schreef, is opgelost. Die man is oom Ar Westen - voluit: Arnold -, een broer van mijn oma en tante Mies. Bij gevolg is de vrouw links op de foto niet Marie Vergouwen, de onschatbare "gedienstige", zoals ik veronderstelde, maar de echtgenote van oom Ar, tante Annie. En laat deze Annie nu een zus van oom Koos zijn...

Arnold Westen was bedrijfsleider bij een filiaal van Peek & Cloppenburg in Groningen. Mijn moeder logeerde wel eens bij oom Ar en tante Annie, en ging dan ook op bezoek bij oom Koos en tante Mies en haar nichtje Mariëtta.

Dank aan de oudste broer van mijn moeder, Jan van Baal, voor deze informatie. (Hij is de tweede jongen van links op de foto, pal voor zijn moeder, die mijn moeder op de arm heeft.) De Westens en de Kerstholts trouwden dus tweemaal met elkaar, Ar met Annie en Mies met Koos. Intrigerend, familiegeschiedenis.


Zaterdag 20 december 2008

Het was gezellig druk rond de stamtafel van de Stânfries op WinterWelVaart. een jaarlijks maritiem festival in Groningen. Het schip van Sjoerd de Vries, dat in 1902 in Sneek werd gebouwd, ligt afgemeerd aan de Lage der A, te midden van een imposante bruine vloot. Het exterieur verkeert nog goeddeels in orginele staat, maar van het interieur is een kajuit met kombuis gemaakt, waar het lekker warm is en naar koffie ruikt - een knus onderkomen om een uurtje voor te lezen. Mijn gehoor telt veel onbekenden, mensen die van schip naar schip wandelen en even aan boord een kijkje komen nemen, maar ook collega's en vrienden als Jane Leusink, Klaas en Anneke Swaak, Roos Custers, Inge Kappert, Hugo Huisman en Kees Hermanides. Van de overzijde van de gracht waaien de klanken van een shantykoor binnen, maar dat stoort me niet bij het lezen. WinterWelVaart is een festijn om elkaar te ontmoeten, en zo is het ook rond mijn stamtafel.

WinterWelVaart

Omdat me een vol uur gegund is, neem ik de toehoorders min of meer bij de hand voor een wandeling door het boek. Ik open met de Proloog, vertel dan hoe mijn ouders elkaar ontmoetten - door het noodlottige incident dat mijn oom Jos het leven kostte -, en vervolg met de eerste tijd in Arnhem, in 1952, en daarna in Zwolle, aan het Assendorperplein, in 1954. Op speciaal verzoek van Jane Leusink lees ik ook het titelfragment voor - over het receptenschriftje waarin die specialiteit uit Zottegem stond, Liefdeknopen. Nee, ik heb ze nog steeds niet geproefd. En ja, dat schriftje heb ik nog altijd. Ik sluit af met de Epiloog, een lange tekst die ik niet eerder voorlas. Opnieuw valt me veel herkenning ten deel - en net als in de brieven die ik krijg, beginnen mijn gasten me hun eigen herinneringen te vertellen. George suggereerde onlangs het boek hardop in te spreken, om er een CD van te maken - een luisterboek. Wie weet? Het voorlezen gaat me in elk geval goed af. Ik vind het leuk om te doen.

Stânfries voorlezen 20081220

Een van de gasten die ik niet persoonlijk ken, blijkt aan de Assendorperstraat in Zwolle te hebben gewoond, "boven Jamin". Dat is tegenover de Dominicanenkerk. Hij vertelt dat hij een neef is van Rudy Visser, van de bloemenzaak op de hoek. Rudy was een klasgenoot van me - net als Theo Kölker, die ik onlangs weer ontmoette. Alle drie gingen we bij de paters dominicanen naar de mis. Maar vond er een ceremonie als een plechtige communie of een vormsel plaats, dan moesten we ineens naar de Jozefkerk. Dat was immers de parochiekerk.

Na ruim een uur draag ik de voorleesbeurt over aan Klaas Swaak. Anton Scheepstra doet me een nieuw boek van uitgeverij Passage cadeau: Een dansje in de regen, verhalen over Nederland die zijn geschreven door van oorsprong allochtone auteurs, kort ingeleid door Kader Abdolah. De bundel heeft 2009 als jaar van verschijnen meegekregen. Tot nieuwjaarsdag bezit ik dus een bundel die welbeschouwd nog niet bestaat.


Zondag 7 december 2008

Liefdeknopen brengt kennismaking en weerzien met zich mee. Gisteren was ik voor de derde keer in een maand in Zwolle, nu om mee te werken aan het radio-programma Stadse Praat. De presentator daarvan, Sibrand Hofstra, belde me een paar weken terug, verraste me met de vraag of het boek over de familie Brand van de Wipstrikkerallee ging - Huize "Regina" - en begon toen over de jongste broer van mijn vader, die hij zijn oom Reginald noemde. Wat bleek? Sibrands moeder is een zus van de echtgenote van oom Reg, mijn en Sibrands tante Jefke. It's a small world after all. Ik heb overigens geen idee hoe je een familierelatie als die tussen Sibrand en mij noemt en of dat wel echt een familierelatie is.

Sibrand haalde me om kwart over elf af van het station en reed me naar de studio van Omroep Zwolle op de Marslanden, een barak-achtig gebouw op een bedrijventerrein. Maar er hing een goede sfeer en ik was toe aan dat kop koffie. Sibrand toonde me een paar familiefoto's die hij van ons gezamenlijke nichtje Gina had gekregen, dochter van Jefke en Reg - en ik maakte kennis met de geluidstechnicus, met wie ik de muziek doornam die ik voor de uitzending had meegenomen. Natuurlijk was het Slavenkoor uit Verdi's Nabucco het eerst aan de beurt (mijn vader vond het prachtig, en het is van meet af aan het muzikale motto voor het schrijven van het boek geweest); daarna volgden onder meer Vous permettez, Monsieur? van Adamo, Mon agenda van Adamo's nieuwe CD La Part de l'Ange, the Beatles, Simon and Garfunkel en Edith Piaf - allemaal liedjes en melodietjes die een rol spelen in het boek.

Sibrand had twee uur zendtijd voor me uitgetrokken, van twaalf tot twee. In het tweede uur schoven Coleta en Dick Hogenkamp aan, kenners van Assendorp en auteurs van een hele reeks publicaties over de wijk waarvan ik bij het schrijven van Liefdeknopen dankbaar gebruik heb gemaakt. Ze deden me Gedane Zaken in Assendorp cadeau, een deeltje waarvan ze na het lezen van mijn Verantwoording terecht hadden vastgesteld dat het aan mijn verzameling ontbrak. Maar minstens zo bijzonder was natuurlijk het weerzien na meer dan veertig jaar: Coleta Rietberg was een buurmeisje in de jaren dat ik met mijn ouders aan het Assendorperplein woonde. Ik verloor haar uit het oog toen mijn ouders in 1965 van het plein naar de Molenweg verhuisden.

Coleta en Dick Hogenkamp-Rietberg

Die twee uren vlogen om. Natuurlijk hebben we het weer over Assendorp en de Assendorpers gehad, maar Sibrand bracht het gesprek ook op de wederopbouw in de jaren vijftig, de grote maatschappelijke veranderingen in de jaren zestig, het naast en gedeeltelijk met elkaar leven van katholieken en protestanten, hoe de hockeyclub als sociaal verband in de plaats van de kerk trad, de emancipatie van een vrouw die besluit een baan te nemen, mijn middelbare-schooltijd, studiekeuze en vertrek naar Groningen, mijn debuut Het aardse gebeuren en de jeugdverhalen die ik daarin heb verteld, de herinnering als thema en het gebruik van het internet om facts and figures te vinden die couleur locale kunnen geven aan je betoog. Het was een levendige conversatie, waarin de ene gedachte de andere oproept, het ene woord tot het andere leidt.

We sloten de uitzending af met Schuberts Ave Maria, in de uitvoering van Andrea Bocelli, omdat mijn vader daar zo van hield.

Kennismaking en weerzien. Coleta en Dick gingen naar huis om een volgende dia-presentatie over Assendorp voor te bereiden. Sibrand bracht me terug naar het station en ging naar huis, naar Tom. En ik stuurde vanuit de trein een sms-je aan George om te laten weten dat ik onderweg was, hartelijke ontmoetingen en een boeiende ervaring rijker.


Donderdag 4 december 2008

Bezoek van Bram Douwes en zijn cameraman Rick Ploeg. Ze komen opnames maken voor 't Kwartiertje van 18 december, studententelevisie op het internet. Aan tafel in de achterkamer lees ik het slot van de Proloog voor - "Dan begin ik mij te herinneren" - en daarna gaat het al snel over de levensverhalen van gewone mensen. Als ik die verhalen niet had verteld, zeg ik desgevraagd tegen Bram, waren ze weg geweest als ik er niet meer ben. Zal het boek ook jongeren aanspreken? Ach, ouders hebben we allemaal, nietwaar? We zijn allemaal opgevoed en groot gegroeid. Wat ik er zelf van heb opgestoken, van het schrijven van het boek? Dat is een lastige vraag, want ik ben er niet aan begonnen om wat dan ook van me af te schrijven, maar om te behouden, de herinnering een plaats te geven. Maar misschien heb ik definitief ontdekt dat ik dichter bij mijn moeder dan bij mijn vader stond.

De dood van mijn ouders, maar ook die van de oom dankzij wie ze elkaar leerden kennen en van mijn jongste broer, komt nadrukkelijk aan de orde. Ja, er gaan veel mensen dood in Liefdeknopen. Dat hoort nu eenmaal bij het leven. Loopt het toch goed af, aan het eind, wil Bram weten - maar Liefdeknopen is niet een boek dat afloopt, het wordt geen drama maar werkt ook niet toe naar een happy end. Bram kijkt recht in de camera als hij daar toch nog een troostrijke kerstgedachte aan weet te verbinden. Warmte. Koestering. Liefdevolle herinnering. Met die woorden sluiten we ons gesprekje af.


Dinsdag 2 december 2008

Van verhalen komen verhalen, herinneringen roepen herinneringen op. Dat begon vanochtend al vroeg toen ik bij mijn oud-klasgenoot Theo Kölker koffiedronk, voorafgaand aan de opnames voor het programma Eigenheimers, dat Oscar Siep voor RTV Oost maakt. Theo en zijn vrouw Joke wonen op loopafstand van het station; hem had ik in 37 jaar niet gezien toen hij tweeëneenhalve week geleden bij boekhandel Waanders ineens voor me stond. Dankzij Liefdeknopen herinnerde hij zich weer het waterorgel aan de Potgietersingel, waarnaar ik in 1961 de positiejurk van mijn moeder vernoemde, toen ze in verwachting was van mijn tweede broer, die kort na de geboorte overleed - de waterorgeljurk. En ook vond hij de datum terug waarop hij en ik in de St. Jozefkerk onze eerste heilige communie deden: zondag 19 juni 1960. Ik ben het kleine mannetje dat precies middenop de foto staat, met het witte overhemd en het zwarte vlinderstrikje.

Eerste heilige communie 19 juni 1960

Theo toonde me een foto van een reünie van onze lagere school, de St. Jozefschool aan de Assendorperdijk, die in 1996 werd gehouden, maar waar ik niet ben geweest. Allemaal veertigers, wier namen me weer te binnen schieten als Theo ze noemt, en van wie ik sommigen nog herken. Ook halen we herinneringen op aan onze jaren op het Thomas à Kempislyceum, eind jaren zestig - aan docenten, mede-leerlingen, de opruiende schoolkrant die we samen maakten en de ouderavonden die daar dan weer aan moesten worden gewijd. Om halftwaalf stap ik op om naar het Stationsplein te lopen, waar ik Oscar Siep zal ontmoeten; er moet immers aan de promotie van het boek worden gewerkt.

"Zo treed je toch nog in de voetsporen van je vader," zegt Theo als hij me uitlaat.

Ik begrijp het meteen. Handelsreiziger. Een handelsreiziger in Liefdeknopen.

Met Oscar Siep rijd ik naar het Assendorperplein. Daar is een parkeerplaats vrij, we stappen uit en maken een plan voor de opnames. Het wordt een combinatie van een interview, wandelend over en om het plein, en voorlezen. Omdat de scholen net pauze hebben, is het een drukte van belang - spelende kinderen alom, die maar wat graag ook op tv willen. Het weerzien met het plein, waar ik van mijn eerste tot mijn twaalfde woonde, herinnert me direct aan de laatste wandeling die ik met mijn moeder maakte, een maand voor haar dood. "Ons plein," zei ze toen.

Assendorperplein 19b

Het portiek en de voordeur naar het bovenhuis en de moskee ernaast - toentertijd de slagerij van opa Scholten - doen me denken aan die rampzalige oudjaarsdag van 1960, toen mijn moeder me om een boodschap stuurde, maar ik in paniek raakte van vuurwerk dat op straat werd afgestoken. Ik lees het betreffende fragment voor, terwijl Oscar opnames maakt.

In de Dominicanenkerk is een uitvaartmis gaande, dus daar kunnen we niet filmen. Maar we mogen wel de omgang van het klooster bezoeken, die ik zo goed ken uit de tijd dat mijn vader collectant was. Het ontroert me als we, bij de toegang vanuit de omgang naar het koor, het Ave Maria van Schubert horen - muziek waar mijn vader erg van hield. Mijn ouders zijn allebei vanuit deze kerk begraven.

De winkels op de hoeken van het plein bestaan niet meer, en ook de groente- en fruithandel van Kartouw in de Groenestraat is een woonhuis geworden. Ik mag er nog eens vertellen hoe lastig het voor mijn moeder was om in Zwolle te wennen, al was het maar omdat Kartouw de groente die ze in Brabant als keeltjes had leren kennen raapstelen noemde... Het is een mooie plek om op verzoek van Oscar te verzuchten dat alles ongekend veranderd is.

Eigenheimers valt te bekijken op de site van RTV Oost (te vinden als link in het Archief). Zie onder Programma's en daarna onder Uitzending gemist.

Weer thuis in Groningen, vind ik een brief van Grant Dawson, een goede vriend uit New York, die ik lang geleden heb leren kennen als een liefhebber van Europese literatuur. Hij spreekt geen Nederlands, maar leest het zonder moeite - en nog tig andere talen ook. Hartelijk als altijd, feliciteert hij me met Liefdeknopen: "A delight at having such a substantial text to which it's possible to return many times with pleasure. It makes me glad to have lived long enough to read your fine work."

Grant zal nu achterin de zeventig zijn.

Ik hoop hem in mei weer te zien, als ik in New York ben.


Zondag 16 november 2008

Terwijl Sinterklaas en zijn Pieten de binnenstad van Zwolle in bezit namen, hopelijk met dozen vol Liefdeknopen om in de komende weken schoenen mee te vullen, werden George en ik gistermiddag hartelijk door Jannie Beima ontvangen bij boekhandel Waanders - toch een beetje de boekhandel van mijn jeugd.

20081115 Wim Hilberdink bij boekhandel Waanders Zwolle

Waanders begon ooit aan de Roggenstraat en had daar, toen ik klein was, nog een hoekpand in bezit, "de heilige Waanders", schuin tegenover de grossierderij van Anton Brand & Co. in de Nieuwstraat. De boekhandel zat toen aan de Grote Markt. Na de verhuizing in 2002 naar Het Eiland, een ontwerp van de Italiaanse architect Natalini, die ook de Waagstraat in Groningen een nieuw aangezicht gaf, zijn er nu plannen om naar de Broerenkerk te verhuizen, naar het voorbeeld van de boekhandel in de voormalige Dominicanenkerk in Maastricht.

20081115 Boekhandel Waanders Zwolle

De bijeenkomst begon met een kort vraaggesprek met Wim Hilberdink, met wie ik in het bestuur zit van de Noordelijke afdeling van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, te Leiden. Wim memoreerde dat we elkaar vast en zeker vaak in Assendorp moeten zijn tegengekomen toen we klein waren, zonder elkaar te kennen; hij is vier jaar jonger dan ik. In zijn vragen stond hij vooral stil bij mijn wijze van werken aan Liefdeknopen, de methodiek: hoe heb je je materiaal geordend, hoe heb je de documentatie waarover je beschikte kunnen duiden en interpreteren? Geen wonder, want hij schreef zelf een innemende biografie van de totaal vergeten toneelschrijver Frans Mijnssen (1872-1954). Maar het ging ook gewoon over het Assendorperplein en de daar naast elkaar bestaande, maar heel verschillende werelden van protestants-christelijk en rooms-katholiek Zwolle. Een katholieke moeder, zoals de mijne, doet haar boodschappen bij katholieke winkeliers en belt een katholieke dokter als een kind ziek is. Zo doen anderen het ook. En zo hoort het ook, dat is geheel vanzelfsprekend. Wim sprak met me over de verloren tijd, le temps perdu. Het wordt allemaal in Liefdeknopen verteld.

Op voorhand wist ik natuurlijk dat ik bij Waanders enkele oude bekenden terug zou zien, buren en vrienden van mijn ouders, kennissen van de hockeyvereniging Tempo '41. En dat was ook zo. Maar wat is het moeilijk om mensen die je zo lang niet hebt gezien (ik vertrok in 1971 uit Zwolle, en woon dus al zevenendertig jaar in Groningen) trefzeker en met naam en toenaam te herkennen. Zíj weten dat ze jou zullen ontmoeten, maar jíj weet niet dat je hen zult zien. Maar het was leuk, en soms verrassend - en opnieuw gingen er tal van herinneringen over tafel.

Het deed me deugd dat ook schrijvend Zwolle aanwezig was. Ik zag Paul Gellings weer, die vroeger in Groningen woonde, ontmoette een medewerkster van het Historisch Centrum Overijssel, en sprak met Theo Kölker, een oud-klasgenoot van de St. Jozefschool en het Thomas à Kempslyceum, die carrière in de journalistiek heeft gemaakt.

"En nu gaan jullie vast een sentimental journey door de binnenstad maken," zei Wim toen we afscheid namen.

Maar het werd boodschappen voor het weekend doen bij Albert Heijn aan de Diezerkade.

En daarna terug naar Groningen.


Maandag 10 november 2008

De olifant (Wladimir de Vries, 1964

Ik herkende hem niet, de olifant, toen ik de hal van het Centrum voor Beeldende Kunst (CBK) binnenstapte voor mijn gesprek met Henk Hofstra in "Op Zondag". Zo gaat het wel vaker als je iets buiten zijn context ziet. Pas toen Henk in zijn inleiding naar het beeld wees en vertelde dat het medio oktober van zijn standplaats was gelicht om een paar maanden in winteropslag te gaan, wist ik het weer: dit was de olifant van Wladimir de Vries, die in de vijver aan de Vondellaan thuishoort, en die ik nota bene dertig jaar geleden in het verhaal Het huis heb beschreven, in mijn debuut Het aardse gebeuren. Ook Henk verwees naar dat debuut. Het was of er een cirkel rondkwam.

20081109 In gesprek met Henk Hofstra

Nadat we even over de verkoop van Liefdeknopen en de aandacht van de media hadden zitten praten (uitgever Anton Scheepstra is heel tevreden), ontwikkelde het gesprek zich langs twee lijnen - een literaire en een sociologisch-historische. Het was ook voor mijzelf nuttig me er nog eens rekenschap van te geven waarom ik een deel van mijn materiaal heb gebruikt in Bericht van mijn vader en een ander deel in Bericht van mijn moeder, en welke criteria daaraan ten grondslag hebben gelegen. Mijn vader kreeg min of meer de zakelijke kant, die van de kost verdienen voor zijn gezin; mijn moeder heb ik de sociale kant toebedeeld, die van zorg, opvoeding, begeleiding en schoolgaan. Het heeft een evenwichtig beeld opgeleverd, want doublures zijn er amper. Er is wel een verschillend perspectief.

Die sociologisch-historische invalshoek mocht ik onder andere illustreren aan de hand van de ontwikkeling van de rooms-katholieke kerk, voor en na het Vaticaans concilie, en de invloed die dat vooral op mijn vader had. Een markant tijdsbeeld, nu verdwenen, is ook de samenstelling van de bewoners van het Assendorperplein in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw - protestant naast katholiek. Ze groetten elkaar, maar hadden onderling geen contact, en ze deden hun boodschappen bij winkeliers die tot hun eigen geloofsgemeenschap behoorden. Er staat veel in Liefdeknopen dat voorgoed voorbij is.

"Op Zondag" ging ditmaal vooral over games - niet mijn onderwerp. Maar van de voordracht van de andere literaire gast, de dichter Sieger M.G., heb ik weer erg genoten.


Zaterdag 8 november 2008

De centrale hal van de Openbare Bibliotheek aan de Oude Boteringestraat biedt een heel andere ambiance dan zo'n studio in de Mediacentrale. Zat ik daar voor het interview op Radio Oost afgelopen woensdag helemaal alleen achter een microfoon, tijdens het gesprek met Kees van Keulen voor OOG Forum, gistermiddag, liepen er tal van mensen om ons heen, van redacteuren en technici tot de bezoekers van de bibliotheek. Kees liet zich daar niet door afleiden, routinier die hij is, en ik maar heel even, om vijf voor zes, toen een ingeblikte stem omriep dat het gebouw zo zou worden gesloten.

Met Kees raakte ik aan de praat over het metier van het verhalen vertellen, oog voor detail hebben, en de werking van het geheugen. Gelukkig heb ik nog altijd een goed geheugen, heb ik desgevraagd geantwoord, maar ik vrees de dag dat het in de versukkeling begint te raken (zoals het mijn moeder verging in het laatste decennium van haar leven). Boeiend vond ik ook onze gedachtewisseling over het leren kijken: hoe slaag je er bijvoorbeeld in zoveel mogelijk informatie uit een foto te halen als je degenen die daarop staan niet meer kunt bevragen?

Roosendaal, 21 juni 1931

Kees kan natuurlijk niet in mijn hoofd kijken, maar dit is een van de foto's waar ik op dat moment aan dacht: een familieportret dat ik voor het eerst zag nadat mijn ouders allebei waren overleden. Linksonder op de foto heeft iemand Juni 1931 en Roosendaal geschreven. Dat opa en oma Van Baal met hun vijf kinderen het beeld domineren, is niet moeilijk te zien - mijn moeder, ruim één jaar oud, bij haar moeder op de arm. Maar wie zijn die andere mensen? Vrienden, kennissen, buren?

Op de achterzijde van de foto staat in potlood dat het 21 juni 1931 was - oma's 33e verjaardag. Gecombineerd met de bidprentjes die in de Galerij te zien zijn onder Bericht van mijn moeder, laat zich vaststellen dat we rechts oma's ouders zien, mijn grootouders Westen, die in Leiden woonden. De ouders van opa Van Baal, de vader van mijn moeder, waren allang dood; ze overleden in 1899 en 1919. De man op de achtergrond, in het midden, is dus niet opa's vader; zijn identiteit heb ik (nog) niet kunnen achterhalen. De vrouw links zou Marie Vergouwen kunnen zijn, de meid, de onvolprezen hulp in de huishouding, een boerendochter uit Kruisland.

Het is een foto waar ik lang naar heb gekeken - hij wordt beschreven op pagina 137 van het boek -, en die ik bijna al zijn informatie heb ontfutseld. En toch blijf ik benieuwd naar die man op de achtergrond, in het midden.


Woensdag 5 november 2008

Maar goed dat het gesprek met Gerson Veenstra voor "Het Overijssels Hart" een radio-interview was, want met een griepgezicht was ik vandaag voor een tv-opname minder geschikt. Toch was het een leuke ervaring: alleen in een studiokamer bij RTV-Noord in Groningen, koptelefoon op mijn hoofd, glaasje water erbij, pratend met iemand in Hengelo die je niet ziet en nooit ontmoet hebt. Terwijl ik geduldig zat te wachten tot ik in de uitzending zou komen, luisterde ik naar I call your name van The Mama's & The Papa's (dankjewel, Gerson, dat is een van mijn all time favourites) en een interview over buurtplannen in Deventer en Enschede. Na een hitje met veel Relax erin, legde Gerson contact met Groningen en voerden we ons gesprek. Hij gaf me ruimschoots de gelegenheid te benadrukken dat Liefdeknopen een literair monument voor mijn ouders wil zijn en dat wie over zijn ouders vertelt het per definitie over zichzelf heeft - met alle autobiografische en subjectieve aspecten die daarbij horen.

Weer thuis zette ik de computer aan, en onmiddellijk spatte een eerste, heel hartelijke reactie in mijn mailbox van iemand die de uitzending had beluisterd. "Ik zat in mijn auto en werd helemaal warm van wat u allemaal vertelde en vooral, van HOE u het vertelde. (...) Dank u wel alvast voor zo'n fijn begin van de dag!"

Nu ja - zo kan mijn dag natuurlijk ook niet stuk.

Maar nu eerst thee met honing.


Zondag 2 november 2008

Het eerste vraaggesprek over Liefdeknopen is plezierig verlopen. Coen Peppelenbos is een interviewer die me makkelijk aan het praten krijgt, en hij liet me alle ruimte om daadwerkelijk een paar verhalen te vertellen. In de bovenruimte van boekhandel Van der Velde - een fraaie galerie van kunstboeken - hadden zich zo'n vijftig mensen verzameld, onder hen evenzeer literatuurliefhebbers als vrienden en kennissen. Niet alleen met Coen, maar ook met hen kwam een boeiend gesprek op gang over ouders, jeugd en herinneringen.

Het is opvallend - en voor mij een speciale ervaring - dat Liefdeknopen zoveel eigen herinneringen bij anderen oproept. Ook vanmiddag waren er weer tal van mensen die me vertelden over hun ouders, sterfgevallen in de familie, gewoontes in het gezin, verwachtingen en teleurstellingen. Sommigen raadplegen het stratenplan van Zwolle om na te gaan waar mijn ouders gewoond hebben, en waar ik ben schoolgegaan.

Hieronder een foto van de feestelijke etalage van de boekhandel, deze zaterdag en zondag: vijf zuilen Liefdeknopen. Het kon minder, nietwaar?

Etalage Athena's Van der Velde


Maandag 27 oktober 2008

Het leek nog het meest op een reünie, de presentatie van Liefdeknopen, een genoeglijk weerzien van familieleden, vrienden en buren van mijn ouders, collega’s en oud-collega’s en onze eigen vrienden en kennissen. Voor George en mij was het een bijzondere – en overrompelende – gewaarwording om in een halfuur tijd meer dan tweehonderd mensen te begroeten, van wie we sommigen al lang niet hadden gezien. Na het welkomstwoord van mijn uitgever, Anton Scheepstra, hield Douwe Draaisma een lofrede op de werking van het geheugen en op het boek. Zijn betoog valt op deze website na te lezen in de rubriek Recensies. Het eerste exemplaar van het boek, mij overhandigd door Anton Scheepstra, heb ik geschonken aan mijn neef Jos van Baal, petekind van mijn moeder en mijn vader, maar bovenal een lieve vriend.

In de tv-uitzending van Cunera van Selm heb ik een fragment over mijn geboorte uit het hoofdstuk Bericht van mijn moeder voorgelezen. In De Coendersborg heb ik over dezelfde gebeurtenis verteld, maar dan uit Bericht van mijn vader. En daarna heb ik bijna twee uur Liefdeknopen mogen signeren – voor iedereen die het boek nú aan het lezen is. Foto’s van de presentatie staan elders op deze website, samen met een paar plaatjes van het diner na afloop dat George en ik hebben aangeboden aan wie ons met de productie en de promotie van het boek geholpen hebben. Aan tafel voerde Kester Freriks het woord. “Intiem en verstild,” zei hij over Liefdeknopen. En daar ben ik hem erkentelijk voor.


Zaterdag 25 oktober 2008

Rond kwart voor zes waren George en ik gistermiddag in de Mediacentrale voor de opname van "Cunera op vrijdag". Klaas Paul de Boer, de ontwerper van een nieuw en spraakmakend voetbalstadion in Veendam, en Jan Mulder, oud-voetballer, schrijver en tv-commentator, arriveerden even later. Beiden had ik al eens ontmoet - Klaas Paul in de tijd dat ik voorzitter was van de Stichting Dag van de Architectuur Groningen (DAG) en geregeld Team4 bezocht, Jan bij een toevallige ontmoeting op straat in het gezelschap van Gerrit Komrij tijdens het Komrij-weekend in De Oosterpoort. We werden vriendelijk ontvangen door Ron de Feber, de bureauredacteur van RTV-Noord, en Cunera van Selm, die waarderende woorden aan Liefdeknopen wijdde. Mijn beide gesprekspartners, Klaas Paul en Jan, heb ik een gesigneerd exemplaar van het boek gegeven; Jan zei in de uitzending dat hij dit weekend op de tribune van Schalke '04 Liefdeknopen leest.

Plaatje

De opname zelf was een leuke ervaring. Natuurlijk had ik me geprepareerd op Cunera's vaste openingsvraag, wat vond je bijzonder in de afgelopen dagen? Nou, het concert van Herbie Hancock - donderdagavond in De Oosterpoort - was geweldig, en het is goed nieuws dat Barack Obama naar zijn zieke oma op Hawaii heeft kunnen vliegen in de wetenschap dat hij er goed voor staat. Dat zou ik geantwoord hebben. Maar Cunera's vraag kwam niet. We raakten onmiddellijk aan de praat over het boek. Dat Cunera me vroeg een stukje voor te lezen over mijn geboorte, vanuit het perspectief van mijn moeder, was een mooi toeval, omdat ik van plan ben het morgen tijdens de presentatie in De Coendersborg ook over mijn geboorte te hebben, maar dan vanuit het perspectief van mijn vader.

George heeft het gesprek vanuit de coulissen gevolgd en met zijn mobiele telefoon een paar foto's gemaakt. Na afloop zijn we van de Mediacentrale naar het Groninger Museum gefietst, waar we in het restaurant hebben gegeten en naar een pianist hebben geluisterd die - verdienstelijk - onder anderen Chopin, Mozart, Beethoven en Schubert speelde.

Dank voor de telefoontjes en de sms-jes!


Zondag 19 oktober 2008

Tien jaar geleden overleed mijn vader, vijf jaar geleden volgde mijn moeder. Allebei hielden ze van verhalen. Voor mijn vader moest een verhaal waargebeurd zijn – geen fictie of verzinsel –, mijn moeder hield vooral van herinneringen, en die mocht je best een beetje opfleuren of aandikken, want juist herinneringen maken dingen echt. Over die waargebeurde verhalen en die herinneringen gaat het in Liefdeknopen, het boek dat ik over het leven van mijn ouders schreef.

Toen ik al voor de dood van mijn moeder begon te schrijven aan een portret van mijn vader had ik een schilderijtje in woorden in gedachten. Maar toen ook mijn moeder plots overleed – zonder ziek te zijn geweest, volkomen onverwacht –, drong al snel tot me door dat ik meer moest doen met de fotoalbums en documenten die ik in handen kreeg. Zo groeide langzaam maar zeker een familiegeschiedenis en een portret van een huwelijk, tegen de achtergrond van de maatschappelijke veranderingen in de twintigste eeuw.

Geert Mak en Judith Koelemeijer hadden De eeuw van mijn vader (1999) en Het zwijgen van Maria Zachea (2001) al gepubliceerd toen ik begon te schrijven, maar de al even razend populaire boeken van Annejet van der Zijl (Sonny Boy, 2004), Jan Siebelink (Knielen op een bed violen, 2005) en Suzanna Jansen (Het pauperparadijs, 2008) moesten nog verschijnen. In NRC Handelsblad stond gisteren, zaterdag 18 oktober 2008, een oproep aan de lezers om een eigen familiegeschiedenis op papier te zetten, om gepubliceerd te worden in het laatste nummer van Zaterdag &etcetera van dit jaar. Het maximum van 200 woorden heb ik in Liefdeknopen ruimschoots overschreden.